Op het programma van de zevende etappe stond een lange rit van 224 kilometer zonder al te veel animo onderweg. De rit startte in Castrovillari en kwam aan in Alberobello. Drie vroege vluchters werden al snel twee vluchters door mechanische pech bij Ponzi, waardoor enkel Kozonchuk en Fonzi overbleven. Het duo reed meer dan tweehonderd kilometer voorop, maar werd dan onvermijdelijk gegrepen door een peloton dat gefocust was op een massasprint. De vele bochten in de laatste vier kilometer zorgden voor ontregeling van de sprinttreinen en creëerden een chaotische sprint. André Greipel geraakte ingesloten tegen de nadar en kon zich niet meer losmaken. Hij finishte vierde. Een fotofinish moest duidelijkheid scheppen over een erg spannende sprint tussen Caleb Ewan, Sam Bennett en Fernando Gaviria. De foto bleek in het voordeel van Ewan, Gaviria werd tweede en Bennett derde.

Een sprint was niet aan de orde in de vierde etappe van de Vierdaagse van Duinkerke, daar zorgden onder meer Jelle Wallays en Sander Armée voor. Jelle Wallays plaatste een aanval op ongeveer 38 kilometer van de meet op de Saint Etienne au Mont, een klim van één kilometer met de steilste stukken aan 10%. Zijn versnelling deed het peloton in stukken scheuren waardoor een groep van maximum veertig renners overbleef. Sander Armée viel in de slotronde op zijn beurt aan op de Saint Etienne au Mont en slechts een klein groepje renners kon die aanval beantwoorden, waaronder Sylvain Chavanel. De Fransman viel aan net voor het ingaan van de laatste vijf kilometer en bleef voorop tot aan de meet. Chavanel neemt de leiderstrui over van pechvogel Jens Debusschere. Net toen het peloton in twee scheurde, kreeg hij een lekke band en kon niet meer terugkeren tot de eerste groep. Hij behoudt wel de groene puntentrui. Sander Armée finishte als eerste Lotto Soudal-renner op een zesde plaats.