Voor Jessie Daams (26) was de start van het nieuwe wielerseizoen wel heel bijzonder. Vorig jaar kreeg ze een harde klap te verwerken door gezondheidsproblemen; ze had een trombose in haar been. Het harde verdict was dat Jessie aan een bloedstollingsziekte lijdt. Even leek haar wielercarrière aan een zijden draadje te hangen, maar de Limburgse kreeg groen licht van de artsen om te blijven koersen. Haar terugkeer verliep met ups en downs. In augustus vorig jaar maakte ze haar wederoptreden in de Erondegemse Pijl, maar dat kwam te vroeg. Jessie nam vervolgens de tijd om verder te herstellen.

Jessie Daams: “Ik kampte vorig voorjaar met last in mijn been. Op 12 april werd ik nog vijfde in Durango en vier dagen later moest ik afstappen in de Bira-rittenkoers. Aan de conditie lag die opgave niet, er schortte iets anders. Er werd een echo genomen van mijn been, maar de oorzaak werd toen niet ontdekt. De pijn bleef aanhouden en toen begin mei mijn voet op een dag helemaal blauw stond en ik bijna niet meer kon stappen ben ik naar de spoed in Genk gegaan. Een vaatspecialist stelde toen vast dat ik een bloedklonter had in mijn been. Een dag later onderging ik een katheterisatie via de liesslagader om mijn vaatstelsel in kaart te brengen. Toen bleek dat mijn been erg beschadigd was. Na verdere onderzoeken viel de diagnose dat ik een erfelijke bloedstollingsziekte heb waarvoor ik bloedverdunners moet innemen. Mijn vader lijdt daar ook aan. Ik had daarvoor al tests laten uitvoeren, maar toen was niet aan het licht gekomen dat ik die ziekte ook had. Bovendien komt die pas na je 25ste tot uiting.”

“De bloedklonter was ontstaan in mijn liesslagader, ik heb veel geluk gehad dat die klonter naar mijn been is gezakt en niet naar mijn longen of hoofd gestegen is. In mijn been is de klonter versplinterd in hele kleine stukjes en verspreid in alle kleine adertjes van mijn been, tot in mijn tenen. De meeste schade is er in mijn bovenbeen en kuit. Die schade kan niet meer herstellen. Ik heb er wel steeds minder last van. In het begin kon ik mijn been niet stilhouden. Ik moest mijn been bewegen of omhoog houden om de druk weg te halen. Nu zijn er echter dagen dat ik er helemaal geen last van ondervind. Op de fiets verzuurt mijn been sneller, maar het doen geen pijn; het is eerder een ongemak.”

“Ik besef hoeveel geluk ik heb gehad”

“Nadat ik de diagnose kreeg dacht ik in eerste instantie aan mijn wielercarrière. Ik had een doel gemaakt van de Spelen in Rio en dat viel nu allemaal in duigen. Daarna besefte ik echter hoeveel geluk ik had gehad dat ik er nog was en geen blijvende gevolgen had, zoals een verlamming bijvoorbeeld. Na een tijd kwam die drang om te fietsen opnieuw naar boven. Ik heb er uiteindelijk al die jaren veel voor opgeofferd en was aan het toewerken naar een hoogtepunt.”

“Eerst dachten de artsen dat ik teveel schade had opgelopen in mijn been om nog te kunnen fietsen, maar ze gaven me wel groen licht om opnieuw te beginnen en te zien waar ik zou stranden. Dat deed ik dan ook, ik wilde niet zomaar de handdoek gooien. In augustus nam ik deel aan de Erondegemse Pijl en dat was verre van een succes. Ik stond echt nergens. Ik had mijn lichaam gewoon niet de nodige tijd gegeven. Mentaal had ik toen een dip. Ik besloot om meer rust te nemen. Ik zette de fiets twee maanden aan de kant en deed ook geen andere sporten. Half oktober hervatte ik de trainingen en bouwde ik stelselmatig op. In december ging ik een tiental dagen op stage naar Mallorca en in januari had ik een stage in Mojacar met de nationale ploeg. Dat was een spannend moment omdat ik daar in de groepstrainingen pas echt mijn niveau zou kunnen inschatten. Dat ging gelukkig vrij vlot en dat zorgde voor veel zelfvertrouwen.”

“De Omloop Het Nieuwsblad verliep best goed voor een eerste wedstrijd na zo een lange tijd. Hier kan ik op verder bouwen. Zondag reed ik de Omloop van het Hageland, maar een dubbel weekend kwam te vroeg. Ik wil nu verder toewerken naar het Waalse drieluik: Amstel Gold Race, Waalse Pijl en Luik-Bastenaken-Luik. Ik heb altijd gehoopt dat de Amstel en Luik-Bastenaken-Luik ook een editie voor vrouwen zouden krijgen en nu is het zover. Ik wil me graag laten zien in die wedstrijden. De Cauberg is speciaal voor mij omdat ik daar vaak train. De komende maanden zal ik ook vaker gaan trainen op het parcours van Luik-Bastenaken-Luik. In theorie moet die wedstrijd me het beste liggen aangezien het langere beklimmingen zijn. De Waalse Pijl ken ik ondertussen blindelings. Als alles goed gaat, mik ik op een toptienplaats in deze wedstrijden.”

Morgen gaat Jessie met de nationale ploeg van start in de Ronde van Valencia (Semana Ciclista Valenciana), een vierdaagse rittenkoers die zaterdag eindigt.

Jessie Daams

Foto’s: Tom Peeters