Komende zondag wordt zowel bij de mannen als bij de vrouwen het Belgisch kampioenschap op de weg betwist. Het parcours in Antwerpen is zeventien kilometer lang. De dames moeten zes ronden afleggen (= 102 kilometer) en starten reeds om acht uur. In de laatste vijf kilometer van het parcours liggen twee kasseistroken. De eerste is een kilometer lang, de tweede ongeveer een halve kilometer. De aankomststreep is getrokken op de Desguinlei.

De voorbije drie jaar eindigde Lotte Kopecky telkens als tweede op het BK bij de vrouwen. Dit jaar dient zich een nieuwe kans aan voor de 21-jarige renster, al liep haar voorbereiding niet vlekkeloos door een hamstringblessure en ziekte. Haar laatste wedstrijd dateert van 14 mei.

Lotte Kopecky: “Momenteel voel ik me prima. Ik heb het parcours van het BK verkend en weet dus perfect wat me te wachten staat zondag. Het is een goeie zaak dat er twee kasseistroken zijn opgenomen in het parcours, anders zou het wat pigment missen. Beide stroken zijn rechtdoor, maar de kasseien bevinden zich zeker niet in een prima staat. Er is echter geen ontkomen aan. Ik vind het alvast een mooie passage. Volgens mij kan er op de kasseien zeker een schifting worden doorgevoerd. Al mag het verhogen van het tempo dan niet beperkt worden tot die stroken alleen, er moet dan vooraf al hard gereden worden. De rest van het parcours loopt over mooie wegen. Er zijn enkele bochten, maar die zijn niet technisch.”

“Sport Vlaanderen kan zeker de wedstrijd maken als groot blok. Daarnaast kunnen ook Lares en Lensworld dergelijke rol op zich nemen. Wij moeten als ploeg ook aanvallend koersen. Er mag geen ontsnapping wegrijden zonder ons. Jolien D’hoore is uiteraard een grote kanshebber om de titel te veroveren zondag. Sanne Cant lijkt me ook in vorm en het parcours leunt goed aan bij de capaciteiten van Valerie Demey. En uiteraard zijn er de zusjes Druyts voor wie dit praktisch een thuiswedstrijd is.”

“Bij het begin van het seizoen was ik heel gedreven om voor de driekleur te gaan. Ik wil nog steeds heel graag winnen, maar door mijn ziekte en blessure heb ik zes weken niet gekoerst en heerst er wat onzekerheid over mijn vorm. Op zich is deze situatie ook een voordeel, want ik moet mezelf helemaal geen druk opleggen. Ik wil er in elk geval het beste uithalen, wees daar maar zeker van.”