De elfde editie van de Strade Bianche is een ware veldslag geworden. Tim Wellens knokte zich naar de derde plaats bij zijn allereerste deelname. Tiesj Benoot bereikte net als vorig jaar de finish als achtste.

Zes renners zetten vroeg in de wedstrijd een ontsnapping op. Het peloton liet hen tot zeven minuten uitlopen, maar die voorsprong daalde snel toen er, onder leiding van Lotto Soudal, een versnelling hoger geschakeld werd in het peloton.

Het peloton viel uit elkaar op minder dan zeventig kilometer van de finish. In de eerste achtervolgende groep die toen ontstond na de koplopers, reden twaalf renners. Lotto Soudal was daarin sterk vertegenwoordigd met Tiesj Benoot, Sean De Bie en Tim Wellens. Op de achtste grindsector, de Monte Sante Marie plaatste Tim Wellens een tempoversnelling die een volgende fase inluidde. Dumoulin, Durbridge, Kwiatkowski, Stybar en Van Avermaet volgden Wellens als eersten. Ploegmaat Tiesj Benoot zette door en kon ook zijn wagonnetje aanhaken. Daarna werd de groep uitgebreid met nog een aantal renners.

De wedstrijd viel niet meer stil. 35 kilometer voor het einde reden Dumoulin, Hagen, Kwiatkowski en Stybar als eersten naar de kopgroep toe, die nog vier renners telde. Een aantal kilometers verder sloot Wellens voorin aan. De Lotto Soudal-renner bleef attractief koersen en na een tempoversnelling volgden enkel Kwiatkowski, Stybar en Van Avermaet in zijn spoor. Op de voorlaatste sector sloten Dumoulin, Durbridge en Juul Jensen opnieuw aan. Een vijftiental kilometer voor de meet sloop Michal Kwiatowski weg, voor de laatste grindsector. Wellens, Stybar en Van Avermaet werkten samen in de achtervolging, maar de winnaar was gaan vliegen. Op de steile aankomst in Siena moest Wellens de tweede plaats laten aan Greg Van Avermaet. De derde plaats is alvast een prachtig debuut voor de Limburger. Benoot reed 2’20” na Kwiatkowski als achtste over de streep.

Tim Wellens: “De ploeg heeft heel sterk gereden. Na zestig kilometer wedstrijd jaagden we het tempo de hoogte in. Sean De Bie, Maxime Monfort en Jürgen Roelandts trokken hard door aan kop van het peloton en dat viel vervolgens uit elkaar. Toen raakte ik in een eerste achtervolgende groep samen met Tiesj en Sean. Sean nam het grootste deel van het kopwerk voor zijn rekening. Hij was echt beresterk vandaag. Toen zijn werk erop zat, demarreerde ik. Ik raakte in eerste instantie weg met vier anderen, een mooie groep, maar meerdere renners keerden terug en de samenwerking was niet optimaal. Op het asfalt werd er veel naar elkaar gekeken. Ik was een bepaald ogenblik op achtervolgen aangewezen toen een groepje naar de koplopers was toegereden en die inhaalrace kostte wel wat krachten.”

“Vervolgens werd de koers harder en harder en raakte ik voorop met Kwiatkowski, Stybar en Van Avermaet. Toen Kwiatkowski een gat had geslagen keken we in eerste instantie naar elkaar, niemand voelde zich geroepen het dicht te rijden. Het was een knappe inspanning van hem. We reden nadien goed samen met ons drie, maar konden hem niet meer bijhalen. Ik zat alleszins op mijn limiet in de achtervolging. De laatste kilometer koos ik voor de laatste positie in ons groepje. Van Avermaet begon de sprint en was duidelijk de beste. Stybar kon ik nog voorbij steken voor de laatste bocht. Het was een eerlijke koers, iedereen staat op de plaats die hij verdient. De Strade Bianche is een heel mooie wedstrijd. Ik ben blij dat ik ze gereden heb en ik kom zeker terug!”