Tiesj Benoot heeft zich vandaag een weg gebaand naar het podium van de Brabantse Pijl. De Oost-Vlaming behaalde de derde plaats, ploegmaat Tim Wellens werd vierde.

Vrij snel na de officiële start in Oud-Heverlee konden vijf renners zich losrukken uit het peloton en zij liepen tot zeven minuten uit. Toen de kaap van de honderd kilometer gerond werd, bleven daar nog een drietal minuten van over. Een bekend gezicht was toen op kop van het peloton te vinden: Thomas De Gendt. Het zwaartepunt van de Brabantse Pijl waren de drie lokale ronden van 23,5 kilometer met daarin vijf hellingen. Bij het ingaan van de eerste ronde hadden de koplopers slechts een minuut voorsprong over. Aan het eind van de eerste ronde sloegen een tiental renners uit het peloton een kloofje; Tiesj Benoot was een van hen. Zij dichtten de kloof op de vier resterende vluchters. Vervolgens schommelde het verschil met het peloton voortdurend. Eerst deed Direct Energie het kopwerk, vervolgens Cannondale-Drapac, nadat hun mannetje vooraan was weggevallen, en ten slotte Cofidis. Maar de kopgroep haalden ze niet in.

Deze zeven renners gingen samen met Tiesj de slotkilometers in: Campenaerts, Colbrelli, De Plus, Devenyns, Dillier, Lindeman en Juul Jensen. Op de IJskelderlaan versnelden twee renners in het peloton die nog de sprong naar voor konden maken: Tim Wellens en Petr Vakoc, de winnaar van 2016. De kopgroep van tien sprintte op de Schavei om de overwinning. De Italiaan Sonny Colbrelli was de anderen te snel af. Petr Vakoc werd tweede en Tiesj Benoot mooi derde. Tim Wellens kwam als vierde over de meet.

Tiesj Benoot: “Voor de start waren Sean De Bie en Tim Wellens de kopmannen binnen onze ploeg. Sean had hier specifiek naartoe gewerkt en Tim is gemaakt voor dit type wedstrijden. Voor mij was het de eerste deelname ooit aan de Brabantse Pijl en ik had me voorgenomen om met open vizier te koersen. In de Ronde van Vlaanderen reed ik te berekend en dat is me niet goed bevallen. Daarom had ik op voorhand aan de ploegleiding gezegd dat ik agressief wilde koersen. In de Vlaamse voorjaarswedstrijden bleek dat vaak een succesvolle tactiek te zijn en dat was vandaag niet anders.”

“Twee ronden voor het einde schoof ik mee met Victor Campenaerts toen die aanviel. Er sloten verschillende renners bij ons aan en samen slokten we de vroege vluchters op. Vervolgens werd het een afvallingskoers. Op elke helling kon het peloton de kloof verkleinen, maar in de tussenstukken namen wij weer afstand. De samenwerking in de kopgroep verliep stroef. Bahrain – Merida, LottoNL – Jumbo en Quick-Step Floors hadden allen een duo voorin. Ik moest zorgen dat ik niet verrast werd. In het peloton trachtten verschillende ploegen het heft in handen te nemen, maar dat lukte niet. In de slotronde was het de kunst om positie te kiezen voor het opdraaien van de Schavei. Uiteraard hoopte ik te winnen, maar het is niet evident om de sprint te winnen van Colbrelli. Met deze tegenstand is de derde plaats zeker geen teleurstelling. Deze prestatie geeft vertrouwen voor de Amstel Gold Race zondag. Het is afwachten wat het wegvallen van de Cauberg als slothelling teweeg zal brengen. Ik verwacht alvast een mooie wedstrijd.”