Vanaf 1 augustus worden drie renners van het Lotto Soudal U23-ploeg stagiair bij het profteam tot het einde van het seizoen. Het gaat om Senne Leysen, Emiel Planckaert en Mathias Van Gompel.

Senne Leysen is een derdejaarsbelofte die vooral bekend staat als hardrijder. In mei werd hij Belgisch kampioen tijdrijden bij de beloften en in de sterk bezette Giro voor beloften behaalde hij een knappe derde plaats in de tijdrit. Met een negende plaats in Parijs-Roubaix voor beloften toonde hij ook zijn kwaliteiten in het klassieke werk.

Emiel Planckaert is net als Senne Leysen een derdejaarsbelofte. Hij is een renner die van alle markten thuis is. Zowel de Vlaamse als de Waalse klassiekers liggen hem goed. De allrounder liet ook al zien dat hij aardig mee kan doen in rittenkoersen. In de zware Ronde de l’Isard behaalde hij twee toptienplaatsen en eindigde hij zevende in het algemene klassement.

Laatstejaarsbelofte Mathias Van Gompel heeft zich dit jaar al enkele malen getoond in de prestigieuze Lotto Topcompetitie voor beloften. Daarin presteerde hij heel constant, waardoor hij voorlopig tweede staat in het klassement, met nog een manche te gaan. Hij is een renner met een grote motor die zeer sterk is op het einde van een wedstrijd.

Kurt Van de Wouwer, sportief verantwoordelijke Lotto Soudal U23: “Voor deze drie jongens wordt het hun eerste kennismaking bij de profs. Ze krijgen de mogelijkheid om hun kwaliteiten te tonen in het profpeloton. Het is een unieke kans die ze met beide handen moeten grijpen.”

“De stagiairs mogen nog niet deelnemen aan WorldTour-wedstrijden, maar het programma is druk genoeg in augustus en september, waardoor ze zeker hun kansen zullen krijgen. We hebben voor deze drie renners gekozen omdat het renners zijn die onmiddellijk inzetbaar zijn.  Hun profiel en hun wedstrijdprogramma sluiten perfect aan bij de wedstrijden die nog komen dit najaar.”

“Het doel voor Senne, Emiel en Mathias is om zoveel mogelijk ervaring op te doen tijdens deze periode. Ze kunnen op deze manier ervaren hoe het eraan toe gaat in het peloton en ze zullen zich kunnen meten met profrenners om te zien of ze klaar zijn voor het profniveau. Er wordt niet verwacht dat ze meteen zullen meestrijden voor de overwinning, maar het is vooral belangrijk dat ze tijdens de wedstrijden doen wat van hen gevraagd wordt. Het kan zijn dat ze op kop van het peloton moeten rijden, maar evengoed dat ze mogen meeschuiven in een vroege ontsnapping. Als dit dan zou leiden tot een mooi resultaat, is dit des te beter voor hen.”